
Ontslag op staande voet struikelt over tijd
Het is erg belangrijk dat een ontslag op staande voet onverwijld wordt gegeven. Als er onderzoek moet plaatsvinden, moet dit zo snel mogelijk gebeuren nadat de werkgever kennis heeft genomen van het feit. Na het afronden van het onderzoek moet de beslissing binnen korte termijn genomen worden. Het belang hiervan blijkt opnieuw uit een arrest van de rechtbank Noord-Holland. In deze zaak werd het ontslag op staande voet ontbonden omdat er bijna een jaar zat tussen het vermoeden van fraude en het gegeven ontslag.
De feiten
Een werknemer was sinds 2013 in dienst bij zijn werkgever als office manager. Deze werknemer rapporteerde aan zijn leidinggevende, die ook bestuurder was. Nadat er in 2023 een nieuwe CFO werd aangewezen bleek dat er regelmatig onregelmatigheden in de facturen zaten. Naar aanleiding hiervan is de leidinggevende van de werknemer op 6 april 2024 ontslagen als statutair directeur.
Hierna meldde de werknemer zich, samen met zeven andere werknemers, ziek. De bedrijfsarts oordeelde dat de werknemer arbeidsongeschikt was, en adviseerde een vervolgconsult over 5 weken. Dit consult heeft nooit plaatsgevonden. Ook is er toen geen onderzoek gestart naar het handelen van de werknemer.
Op 21 februari 2025 krijgt de werknemer een bericht van zijn werkgever dat hij zich schuldig heeft gemaakt aan fraude. Op 4 maart 2025 wordt de werknemer op staande voet ontslagen.
Oordeel rechter
De rechter is van mening dat het ontslag niet onverwijld is gegeven. De werkgever zegt dat zij op 28 februari 2025 voor het eerst bekend zijn geworden met informatie die duidt op de betrokkenheid van werknemer bij de fraude. Dit was namelijk de dag waarop zij belastende informatie kregen van het ingeschakelde onderzoeksbureau. De rechter gaat hier niet in mee. De werkgever was namelijk in maart 2024 al op de hoogte van de onregelmatigheden in de facturen. De bestuurder is als gevolg daarvan ontslagen. Het vermoeden van fraude stond hiermee voldoende vast. De rechter oordeelt dat het onaannemelijk is dat er toen geen vermoeden bestond van betrokkenheid van de werknemer.
De rechter oordeelt dat de werkgever te lang heeft gewacht met het instellen van het onderzoek naar de werknemer. Het verweer van de werkgever dat hun prioriteit lag bij het overeind houden van het bedrijf is begrijpelijk, maar geen excuus. Omdat de werkgever niet onverwijld heeft gehandeld, is het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig. De werkgever moet het achterstallig loon plus de wettelijke rente en de wettelijk verhoging betalen aan de werknemer.
Ontbinden arbeidsovereenkomst
De rechter ontbindt vervolgens wel de arbeidsovereenkomst, omdat de werknemer verwijtbaar heeft gehandeld. Hierbij wordt de wettelijke opzegtermijn in acht genomen. De werkgever moet het loon tot de einddatum doorbetalen. Ook moet de werkgever de transitievergoeding betalen aan de werknemer.
Kortom
Het is begrijpelijk dat wanneer je als werkgever erachter komt dat het financieel niet goed gaat met het bedrijf, dat het overeind houden van het bedrijf de nummer 1 prioriteit is. Ook wanneer het vermoeden bestaat dat dit komt door wanbeleid van de bestuurder en ondergeschikte. Het instellen van onderzoek wordt echter van de werkgever verwacht als zij een werknemer op staande voet willen ontslaan. Wacht dus niet te lang met het instellen van onderzoek.