
Schijnzelfstandigheid: geen verzuimboetes in 2026, wel vanaf 1 januari 2027
In 2026 zullen nog geen verzuimboetes worden opgelegd voor schijnzelfstandigheid. De Tweede Kamer heeft dit tijdens de laatste plenaire vergadering bepaald door twee moties aan te nemen die zijn gericht op een zachte landing bij de handhaving van arbeidsrelaties.
Eerdere afwijzing
Het is niet de eerste keer dat een motie is ingediend waarin wordt verzocht om verlenging van de zachte landing. Eerdere moties werden echter door de demissionair staatssecretaris afgewezen. Als redenen hiervoor werden genoemd dat dit de handhaving op schijnzelfstandigheid niet zou bevorderen, goed gedrag van organisaties zou ontmoedigen en kwaadwillende organisaties zou bevoordelen. Daarnaast zou een verlenging onzekerheid in de hand werken.
Gedeeltelijke verlenging
De oproep om de beweging in de markt gaande te houden, maar tegelijkertijd zo min mogelijk onrust te veroorzaken, is door de Tweede Kamer gehoord. Daarom zijn de moties gedeeltelijk toegewezen. De zachte landing wordt in 2026 niet volledig verlengd. Wel is bepaald dat in 2026 nog geen verzuimboetes worden opgelegd en dat in beginsel wordt gestart met een bedrijfsbezoek. Dit moet ook de administratieve lasten beperken. Vanaf 1 januari 2027 kunnen verzuimboetes worden opgelegd.
Vergrijpboetes
In 2026 kunnen wél vergrijpboetes worden opgelegd. Het kabinet hecht er namelijk waarde aan om situaties van opzet en grove schuld te kunnen bestraffen. Ook worden vanaf 2026 in beginsel de eerste bedrijfsbezoeken afgelegd.